VEERBESCHADIGINGEN

Een tijdje terug was ik op bezoek bij een bevriende collega die me vol trots haar prachtige toom kippen liet zien. Dieren waarvan het gevederte blonk als een spiegel en goed in het vlees zittende exemplaren in verschillende kleurslagen vrolijkten de tuin op.

Toen de dieren een handjevol lekkernijen kregen en heel dichtbij kwamen merkte ik dat bepaalde staartveren bij de haan dwarse en licht gekartelde streepjes vertoonden. Sommige veren waren er zo erg aan toe dat het erop leek dat er zelfs een driehoekje van vanen te ontbraken.

De eigenaar verbaasde zich hier heel erg over en vertelde me dat ze het fenomeen nog niet had opgemerkt. Op het eerste gezicht waren het blijkbaar enkel de staartveren van de haan die deze mankementen vertoonden maar een verder onderzoek en het in de hand nemen van de dieren om controle te doen op veerbeschadigingen, zou uitsluitsel kunnen geven of hij de enige was die met veerschade opgezadeld zat.

Image title

Door mijten zwaar aangevreten veren, dwarse horizontale lijntjes zijn duidelijk zichtbaar samen met ontbrekende stukjes veer (Privécollectie V.O.V.R)

De boosdoener voor deze verschijningsvorm van de veren zijn de vedermijten. Vedermijten zijn ectoparasieten die leven op de hoenders en die zich voeden met het eiwit (keratine) dat in de veren zit, maar hoe klein het diertje ook mag zijn, de gevolgen van zijn vraatzucht zijn enorm. Die komt slechts op 1 of 2 plaatsen voor (vleugels en staart) en is te bestrijden als men er maar op tijd bij is.

Het resultaat van haar vraat­zucht wordt nogal eens toegeschreven aan muizen, maar dat is dus niet correct.

Er bestaan verschillende soorten ectoparasieten.

  • De vedermijt (megninia columbae) zit IN de veerschachten en voedt zich met veerpoeder.
  • De schachtluis (falculifer rostratus) komt voor tegen de schachten van voornamelijk de vleugel- en staartveren.
  • De kleine vederluis (coloceras) komt vooral voor rond de cloaca, de rug en de nek. Er bestaat ook de kopluis die vooral leeft in de kuiven en de rijkelijke bevedering op de kop bij bepaalde rassen. Het veelvuldig schudden met de kop van een aangetast dier kan wijzen op de aanwezigheid van deze kopluizen.
  • De lange vederluis (goniocotis) komt overal tussen de veren voor.

De drie laatst genoemde soorten zijn met het blote oog te zien. Zij veroorzaken nogal wat stress bij de kippen indien hun aantal groot is en door het feit dat ze jeuk veroorzaken bij de dieren. Deze parasieten kunnen de veerwortels in die mate aantasten dat er nooit een nieuwe veer op die plaats kan uitgroeien. Een teveel aan stress bij de hennen kan er ook toe bijdragen dat de leg aanzienlijk vermindert.

De schachtluis is echter de meest venijnige. Zij begint haar verwoestend werk zeer onopmerkzaam maar eens de symptomen zichtbaar worden, is het te laat om de geleden schade nog te herstellen.

De meeste vedermijten leggen hun eieren aan de veerbasis waar ze kleine witte, kalkachtige bolletjes vormen, de neten genoemd.

Image title

Cluster van samengeklitte eieren (Cuppens, J., privécollectie)

Door de erg kleine omvang en de verborgen levensomstandigheden van de veermijt die in de schacht leeft, ontsnappen deze aan de aandacht van de liefhebber.

Ze voeden zich met het veerpoeder maar pas na enige tijd zijn de sporen van hun vraatzucht zichtbaar op de veer en dan is het te laat om nog in te grijpen.

Op tentoonstellingen zitten nog al eens dieren waarvan de staarten zwaar bescha­digd zijn. Vooral de staartstuurveren ver­tonen dan grote uitgevreten stukken net alsof er een horde muizen er zich tegoed aan heeft gedaan.

De oorzaak is dus de vedermijt die reeds bij het uit­groeien van de veer met zijn verwoestend werk begint. Zoals daarnet al werd gezegd kan de fokker deze mijt niet zien, omdat de mijt zich verschuilt in de veerfollikel(s).

Zij vreet kleine horizontale baantjes in de veer die er op een later tijdstip gewoon uit vallen.

Het lijkt er op alsof door de muizen kleine hapjes uit de veer zijn ge­vreten maar dat is dus niet het geval. De mijt is familie van de vederspoelmijten (Syringophiliac) en leeft voornamelijk in de spoelen van de staart en de vleugel­pennen.

Reeds vanaf een heel vroeg stadium zou men de kuikens preventief moeten behandelen met een acaricide dat een lange nawerking biedt.

Het is jammer dat beschadigde veren niet meer “genezen of volledig herstellen van de schade”.

Indien men de beschadiging van de veer het in het kuikenstadium aantreft kan men best de aangetaste veer voorzichtig uittrekken.

Men moet er rekening mee houden dat de nieuwe veer, indien het een staartveer is, minimum 8 weken nodig heeft om terug uit te groeien. Nog langer duurt het bij sikkelveren die gemakkelijk 12 weken de tijd nemen om er opnieuw fris op te staan.

Maar… als men veren uittrekt en men behandelt de dieren niet dan zal de nieuwe veer hetzelfde overkomen dan haar onfortuinlijke voorganger.

Er moet dus behandeld worden vooraleer die vedermijten hun verwoestend werk kunnen beginnen!!

Image title
Enkele soorten vedermijten (Shannon H., Knee W.)

Hoe de vedermijt bestrijden?
Er bestaan meerdere producten die men kan gebruiken om de hele groep van vedermijten te bestrijden. Hiertoe behoren verstuivers of sprays, druppeltjes en poeders die in pure vorm op het dier verspreid worden.

Er bestaan ook omslachtiger methodes waarbij een oplossing wordt gemaakt waarin de kip dient ondergedompeld te worden. Best wordt het product in een ruime kom of emmer gedaan en wordt de staart en/of de vleugels helemaal in de vloeistof gedompeld. Zorg ervoor dat vooral de staartwortels goed nat en doordrenkt worden want daar zit de grootste con­centratie mijten. Herhaal deze procedure elke week een maand lang, dan eens in de drie weken tot alles onder controle is.

Laat de staarten steeds goed uitlekken en giet de “ resterende vloeistof” terug in een reservoir om dit mengsel de volgende keer opnieuw te gebruiken. Het is dus niet nodig om telkens een nieuwe oplossing te maken. Het wordt ook aangeraden om deze behandeling preventief te doen.

Enkel op deze wijze wordt u de vedermijt de baas..

Om deze mijt helemaal uit te roeien zou men zeker na het tentoonstellingsseizoen de procedure nog enkele malen moeten herhalen omdat de kans bestaat dat de vedermijten de overstap van dier naar dier maken. Zeker wanneer deze geruime tijd dicht naast en bij elkaar worden gehouden zoals in transportkisten of in tentoonstellingskooien.

De besmetting van de dieren verloopt vrij gemakkelijk. Eén aangetast dier kan vlug de hele bevolking van het hok besmetten en zeker de haan speelt hierin een belangrijke rol. Tijdens de paringen kunnen de vedermijten gemakkelijk van het ene dier op het andere overgedragen worden.

Er op tijd bijzijn is dus de boodschap.

In hokken waar ouderdieren hebben gezeten met dit soort vederluizen is het nodig om de kuikens, zodra ze geboren zijn, ook al een preventieve behandeling te geven vooraleer het onheil geschied is.

Het gezegde dat voorkomen beter is dan genezen is hier 100% op zijn plaats.


Loading
Loading